Cover van het boek Astrologie

Astrologie als dieptepsychologie en zielengeneeskunde

Behalve schilder, dichter en mysticus was Max Prantl tevens astroloog. Vanuit zijn diep-geestelijke visie ontwikkelde hij een astrologie die een directe weerspiegeling is van het geestelijke wezen van de mens. Hij stelt vragen die in de huidige astrologie nauwelijks aan de orde komen - en beantwoordt ze ook: Wat is mijn door mijn diepste wezen bepaalde taak in de wereld? Hoe dien ik mij tegenover de wereld in te stellen? Welke talenten zijn mij meegegeven en in welk beroep kan ik die het beste inzetten? Wat voor karakter heeft de huwelijkspartner die met mijn diepste wezen overeenstemt? Welke karakterzwakten verminderen of belemmeren mijn levensprestatie en de geluksvervulling van mijzelf en mijn partner? Hoe kan ik deze zwakheden uit de weg ruimen? Waar leef ik aan het leven voorbij, zodat er tenslotte lege ruimten in mij en om mij heen, instortingen, psychische en uiterlijke catastrofen ontstaan? Op welk terrein van het leven ben ik onvrij, verkrampt en derhalve in gevaar? Welke levensuitingen ben ik geneigd te onderdrukken, te misvormen, te verdringen, zodat ze voor mijn ziel en lichaam verwoestend, vergiftigend en ziekmakend werken?

Daarnaast bevat het boek ook een astrologische beschrijving van het leven van Max Prantl met de horoscopisch geduide momenten van zijn verlichting en sterven. Alfred Brötz zegt hier aan het slot: 'Het 10e septair nu geeft ons informatie over de betekenis van Max Prantl. Astrologisch gezien vertegenwoordigen Saturnus en het 10e huis Michaël, de engel met het zwaard - de wachter op de drempel die het subjectieve van het bovenpersoonlijke scheidt. In Prantls 10e septair nu staat Saturnus precies aan de top van het 10e septairhuis! Zeker, we kunnen maar moeilijk begrijpen dat in hem een engel naar ons afgedaald zou zijn, maar in het licht van de getoonde horoscopen kunnen we op zijn minst vermoeden welk mysterie zich in dit leven of veeleer door dit leven voltrokken kan hebben...'.

Enkele brieven aan het eind van boek laten zien welke moeite deze 'engel' zich heeft gegeven om zijn medemensen in het dagelijkse aardse leven te bereiken en tot geestelijk ontwaken te brengen. Al met al een boek dat niet alleen voor de astrologisch geschoolde lezer een schat aan informatie, maar ook voor de 'leek' een overgrote rijkdom aan inzichten in zich draagt.


Het boek (ISBN 90-806534-4-6) omvat 192 en elf verhelderende zwart/wit reproducties - waaronder 6 horoscopen) wordt uitgegeven in een gebonden/gebrocheerd A5-formaat op stevig 100 grams papier in fraaie fullcolour omslag. Met dit boek is de serie van Max Prantl compleet en als geheel in het Nederlands vertaald en gepubliceerd.

Kijk voor informatie over hoe u dit boek kunt bestellen op de pagina Bestellen. U kunt de tekst op de achterkant van het boek lezen door op de afbeelding te klikken.

U kunt het boek hier gratis downloaden als e-boek in de volgende formaten: PDF, EPUB, DOCX.

 

Omdat de eigenlijke mens een geestelijke werkelijkheid binnen een materieel omhulsel is, zijn ook zijn ‘lot’ en levensomstandigheden uitdrukking van zijn innerlijke wezen. Gezien onze verbondenheid met de ‘kosmos’ is het dan ook logisch dat ‘de sterren’ in hun eigen taal aangeven wat er op geestelijk terrein gaande is. Op die manier verstaan wordt de astrologie tot een ‘dieptepsychologie en zielengeneeskunde’ die ons helpt ons werkelijke, geestelijke levensdoel te bereiken. Zoals een Duits astroloog schreef: 'Slechts wie zich diepgaand in de astrologische materie heeft verdiept, kan inschatten wat voor onmetelijke geestelijke rijkdom Max Prantl ons in dit werk heeft geschonken'.

 

Niet al Max Prantl's schilderwerken zijn (in goede staat) bewaard gebleven. Toch zijn er nog een aantal heel mooie, treffende schilderijen, waar nu enkele ansichtkaarten van gemaakt zijn. Fraai om naar te kijken, van meditatieve schoonheid, en ook gewoon mooi om aan iemand te sturen.

De ansichtkaarten worden alleen als set van 18 kaarten (10x15cm, glanzend) aangeboden. Voor informatie over hoe u deze kunt bestellen gaat u naar de pagina Bestellen.

U kunt op een afbeelding klikken om de grote versie te openen, zodat u deze kunt opslaan op uw computer of delen.

Schilderij van een blauwe berg door Max Prantl Schilderij van een plant door Max Prantl  Schilderij door Max Prantl  Schilderij van een jonge vrouw door Max Prantl 
Schilderij van een bloem door Max Prantl Schilderij van een kerstroos door Max Prantl  Schilderij van een berg door Max Prantl  Schilderij van rode bloemen door Max Prantl 
Schilderij van blauwe bloemen door Max Prantl Schilderij van een een driekoppige berg door Max Prantl  Schilderij van berg met water door Max Prantl  Schilderij van een stralende rode bloem door Max Prantl 
Schilderij van Madonna door Max Prantl  Schilderij van Kerstrozen door Max Prantl  Schilderij van een bloem door Max Prantl  Schilderij van een bloem door Max Prantl
Schilderij van een bergketen door Max Prantl 
Cover van het boek Kerstrozen

De sprookjesachtige verhalenrijkdom van ‘Kerstrozen’ neemt ons mee naar een belevingswereld, waar we de dingen weer met onze werkelijke (geestelijke) ogen leren zien.

Al lezende dringen diepe geestelijke waarheden tot ons door, waar de verhalen mee doorspekt zijn. Om in één adem uit te lezen, maar ook telkens weer te herlezen. Naast vele reproducties staan in dit boek ook Prantls gedichten. Het is hier duidelijk merkbaar dat geestelijke werkelijkheden in feite niet met aardse woorden te beschrijven zijn. Prantl gebruikt dan ook warme, meeslepende, hoogreikende beelden om ons als het ware ‘mee te nemen’ naar wat hij wil tonen. Hij was een Oostenrijker en als zodanig goed bekend met de indrukwekkende schoonheid van een majestueus berglandschap met zijn luchten, bloemen, weiden, hoogten en diepten - ook in geestelijke zin.

Een bundeling van verhalen, sprookjes, gedichten en schilderijen van de Oostenrijkse dichter, schilder en mysticus Max Prantl. In het boek springen vooral de full-colour reproducties van ongeveer 30 schilderijen in het oog - een nog niet eerder gepubliceerde collectie - terwijl de inhoud als geheel een indringend beeld geeft van de belevingswereld van Prantl. Uit de inleiding:

'Max Prantl schreef verschillende boeken. Was 'Het stralende hart' het indringende verslag van zijn persoonlijke geestelijke queeste, terwijl 'Onbegrepen licht' de esoterische achtergronden van zijn geestelijke bewustzijn onverkort naar voren brengt - 'Kerstrozen' is uiterlijk gezien weer van geheel andere aard. Sprookjesachtig, verhalend, symbolisch en beeldend als het is geeft het niettemin als het ware in onderhuidse grondtonen dezelfde krachtige levensvisie van Prantl weer. Al lezend ontkomt niemand aan de onuitwisbare indruk, die dit werk achterlaat. Maar het is een indruk die in eerste instantie niet in woorden te vatten is. Het doet enigszins denken aan een situatie, waarbij iemand een bepaald woord zoekt 'dat op het puntje van zijn tong ligt', alsof het bijna vergeten was en toch ook weer niet - bijna als een betovering, vaag bewust en toch onderbewust. Om die reden is dan ook gekozen voor de huidige samenstelling van schilderingen, sprookjesachtige verhalen en gedichten, die alle langs aansprekende, symbolische weg ons diepere bewustzijn raken'.


Evenals de andere boeken wordt ook dit boek (ISBN 90-806534-3-8, 224 betoverende pagina's en 30 full-colour reproducties dik) uitgegeven in een degelijk gebonden/gebrocheerd A5-formaat op stevig 100 grams papier in fraaie fullcolour omslag.

Kijk voor informatie over hoe u dit boek kan bestellen op de pagina Bestellen. U kunt de tekst op de achterkant van het boek lezen door op de afbeelding te klikken.

Enkele citaten:

... Wie God in zijn aardse werkzaamheid en daardoor alle mensen en wezens wil helpen, moet allereerst één ding doen: laat hij het wagen gelukkig te willen zijn. Laat hij vrede sluiten met zijn geweten. Hij moet niet méér willen doen dan hem op dat moment en binnen zijn terrein zonder rusteloosheid, zonder gejaagdheid mogelijk is. Van een dergelijke rusteloosheid is verkapte eerzucht of een verkeerd gebruik van zijn krachten de drijfveer. Laat hij eerst recht doen aan de eisen van zijn omgeving, zijn beroep en het aardse leven van alledag. Laat hij zichverheugen, zij het ook over de kleinste dingen. Laat hij de heilloze neiging tot zelfkwelling, tot het bespotten van zichzelf, tot vernedering van zijn lichaam en zijn ziel opgeven. Daarmee treft hij zijn hart, zijn levenscentrum en daarmee God in zijn aardse deel. Voor hem als aardse mens zijn deze ‘zelfkwellingen’, dit bespotten van zichzelf en deze vernedering een lust, anders zou hij het niet doen, ook al spiegelt hij zichzelf voor dat hij daarbij kwellingen ondergaat. God draagt deze kwelling. Maar de mens verwoest daardoor echter zichzelf en vindt, als hij erin volhardt, onvermijdelijk zijn aardse en eeuwige ondergang.

Laat de mens steeds voor de dag zelf zorgen en alleen het werkelijk nodige plannen, dat vandaag al bedacht en voor later voorbereid moet worden. Laat hij zich niet wentelen in kommer en zorgen. Laat hij het wagen het leven te beamen en niet meer te ontkennen. Als hij zo een begin heeft gemaakt – en zonder dit neemt hij innerlijk niets aan – zullen hem meer en steeds grotere dingen gegeven worden. En op de juiste tijd zal zijn tuin, de tuin van zijn ziel vol bloeiende bloemen staan...


... Enno keek er met flitsende ogen naar en stampvoette vol woede. Hij ging er naartoe. ‘Eva Maria!’, stootte hij hees uit. Hoogmoedig wierp ze haar hoofd naar achteren. ‘Ben ik er soms alleen voor jou?’, vroeg ze spottend. Enno werd bleek. Hij plantte zich pal voor Rupert. Toen werd er benig en hol op de ramen geklopt. Eva Maria schrok. ‘Wat is dat?’, vroeg ze toonloos. ‘Een tak’, antwoordde Rupert onverschillig, ‘de storm schudt de bomen heen en weer’.

‘Dansen, dames en heren!’, riep een stem die van buiten leek te komen. Lawaaierige instemming was het antwoord. De muziek zette in, lichte, zwierige melodieën en gelach vulden de ruimte, een zorgeloze roes greep de menigte in de zaal aan, het was niet meer de stemming voor ernstige confrontaties.

In de ahornboom voor het raam zat de tovenaar. Hij had reeds urenlang alles gadegeslagen en richting aan de stemming gegeven. Nu grijnsde hij geil. ‘Het moment voor mij is gekomen. De appel is rijp’. Als een afzichtelijke raaf met begerig-listige ogen wiegde hij op zijn tak heen en weer en gluurde vergenoegd de zaal in, waar de menigte uitgelaten door elkaar golfde. Woedend rukte de storm aan de ahornboom en schudde de takken. De tovenaar begon met een zeurderige stem te zingen. ‘Wat kraakt en kreunt die boom vandaag!’, zei Eva Maria huiverend tegen Rupert. ‘Luguber is het, heel anders dan anders’. Rupert glimlachte, zeker van zijn overwinning. ‘Ja, de storm!’, zei hij. ‘Dan kreunt de boom wel, als hij daardoor gegrepen wordt’...

... ‘Eva!’, klonk daar een stem op de gang voor de deur van haar kamer. Verschrikt stond ze half van haar bed op. ‘Wat is er?’ ‘Wees heel stil’, fluisterde de stem weer, ‘ik ben het, Rupert’. ‘Ga toch, ga weg!’ ‘Eva, mooiste vrouw, hoor je hoe de bomen kreunen in de storm? Ze kreunen en wiegen in kwellende lust. Heel gauw, nog voor de ochtend aanbreekt zul ook jij kreunend en bevend in mijn armen liggen. Weerloos ben je tegenover mij, een slachtoffer van de nacht en je eigen wensen. Je beeft immers al voor mij, je weet immers zelf dat je verzet alleen nog maar een zinloze kwelling is. Geef je over, doe open, laat me binnen!' Verdoofd, willoos, als in de ban van de begeerte in haar stond ze op, tastte naar de grendel op de deur en schoof hem terug. Langzaam, zonder geluid ging de deur open. Eva Maria schrok achteruit. Niets dan ondoordringbare duisternis als een afgrond leek daar buiten te loeren. Toen stond er plotseling heel dicht voor haar een gestalte, duisterder dan de afgrond. In een laatste afweer hief Eva Maria haar handen op. ‘Niet doen, Rupert, nee!’ Toen perste een kleverige hand zich op haar mond. Een lichtstraal van buiten viel flakkerend op het gezicht van de indringer. Ze kende het niet. Het leek op de kop van een gier, wellustig schoven de lippen als een snavel naar voren, gretig, wreed glinsterden de ogen. Met een snel gesmoorde kreet bezweek Eva Maria...


... Wat zijn tegenwoordig de doop en het vormsel nog? Een leeg magisch ritueel dat geen enkele relatie meer heeft met zijn vroegere betekenis: een hulpmiddel bij, een vergemakkelijking van het geestelijk ontwaken te zijn. Wat is tegenwoordig nog de Heilige Communie? Een cultisch verstarde isolering van een algemeen geldige waarheid. Toen Jezus dit sacrament voor een nog onrijper ontwikkelingsniveau instelde, zei hij niet, wijzend op brood en wijn, de edelste vruchten van de aarde: ‘Dit ben ik’, maar: ‘Dit is mijn lichaam, dit is mijn bloed’. Dat moest de mensen eraan herinneren dat al het aardse, het gehele heelal, beleefd kan worden als het lichaam en bloed van Christus, van de Wereldgeest zelf. Als de mens zich iets in aardse zin eigen maakt, hetzij lichamelijk hetzij geestelijk voedsel, dan zou hij het in deze zin moeten doen. Alleen zo kan het aardse geheiligd worden. De beperking van dit sacrament - d.w.z. deze brug naar de waarheid, naar het ware leven - tot brood en wijn is allang achterhaald, overeenkomstig het diepere begrip van de mensheid voor het geestelijke. De kerk handelt hier en ook op andere punten als een slechte leraar, die zijn leerlingen niet boven de aanvankelijke beginselen van kennis uit wil laten komen, uit angst dat hij anders zijn macht over hen zal kwijtraken. - Wat zijn de kerkelijke - en wereldse - huwelijksplechtigheden? Allang niet meer dan een prostitutie van de heiligste band tussen twee mensen ten overstaan van de starende menigte. Wat zijn de kerkelijke en wereldse begrafenisgebruiken? Het absurd plechtige begraven van een afgelegd kleed. Daarom zei Jezus: ‘Laat de - geestelijk - doden, de materialisten, hun doden (plechtig) begraven’. Het afgelegde lichamelijke kleed van een mens zou in alle stilte aan de aarde of het vuur toevertrouwd moeten worden. Nergens staat de overledene verder van zijn vrienden af dan in de nabijheid van zijn ontbindende lijk, zijn graf of zijn asurn. Enkel volslagen verblinden of geestelijk doden bedrijven een cultus met lijken, graven, urnen, mummies en relikwieën. Als iemand als hulpmiddel bij de rechtstreekse verbinding met een geliefde overledene een materiële brug nodig heeft, laat hij dan een foto nemen, een brief, een boek waar de overledene van gehouden heeft, wat van zijn haar of zijn kleren. En als je voor een stervende de angst voor zijn laatste uur op aarde wilt wegnemen, kun je niets beters doen dan met innerlijke overtuiging over de onsterfelijkheid van zijn geestelijke wezen, over de rechtstreekse verbinding met zijn geliefden op aarde en over de Oneindige Liefde van God spreken, met weinig woorden en geconcentreerde kracht...

 

Cover van het boekje Bloeiende Rozen

'Bloeiende Rozen' is een klein boekje dat een verhaal vertelt over de arts Winfried.

Op een avond maakt Winfried, moet van zijn werk, een kleine wandeling in de bergen en ontmoet daar Maria. Er groeit een innige vriendschap tussen hen en Maria wordt uiteindelijk zijn vrouw. 

In het gewone dagelijks leven werpt Maria een innerlijk licht op de gebeurtenissen. Zij ziet alles vanuit een innerlijke vrijheid, thuisgekomen in haar diepste wezen dat verbonden is met al het leven, met heel de kosmos. Die vrijheid, die we met ons verstand niet kunnen bevatten, maar als een zaadje in ons hart dragen.

Zij onthult onze struikelblokken op onze weg van groei en geestelijke bewustwording. Als we de moed hebben de struikelblokken te zien en te overwinnen, kan het zaadje van geestelijk leven, de bron van al het leven, in ons ontkiemen en tot bloei komen.


Het verhaal is hier te lezen (via de Leeshoek): Er Is een Roos Ontsprongen

Kijk voor informatie over hoe u dit boek kan bestellen op de pagina Bestellen. Voor het originele boek met meer verhalen, kijkt u bij Astrologie.

Cover van het boek Onbegrepen licht

‘Onbegrepen licht’ is een ander belangwekkend werk, waarin Prantl o.a. de bijbelse evangeliën en de openbaring van Johannes in eigentijdse taal en moderne spirituele inzichten verwoordt . Het toont een nieuw inzicht en geeft een antwoord op de vragen, die gesteld worden door degenen die niet meer tevreden zijn met de kerkelijke dooddoeners en zelf willen leren nadenken.

Bij velen leeft het idee dat 'esoterisch' identiek met 'verborgen' of 'geheim' zou zijn. Maar de werkelijkheid is veel simpeler. Het is te vergelijken met de situatie, waarin we een kind van de basisschool de aantekeningen van Einstein of een partituur van Beethoven laten bestuderen - het kind begrijpt er gewoon niets van, hoe openlijk het ook voor zijn ogen ligt. Een betere bescherming van de inhoud tegen oningewijde ogen is nauwelijks denkbaar. 'Esoterie' of 'onbegrepen licht' heeft dus duidelijk meer verwantschap met het 'onbegrip' en 'onvermogen' van de niet-begrijpende lezer/beschouwer. Het is het soort verblinding dat optreedt wanneer we recht in de zon kijken. Het is dit onvermogen, deze beperking van ons aardse verstand, waar Prantl herhaaldelijk op duidt: geestelijke zaken zijn met ons verstand en andere gebruikelijke instrumenten niet te vatten, maar alleen in te voelen en te beleven.

De ondertitel 'Mystieke verantwoordelijkheid' is gekozen als kernachtige aanduiding van waar het Max Prantl om te doen is. Dat wij als aardse mensen moeten leren onze verantwoordelijkheden onder ogen te zien zal vrijwel iedereen beamen. Dat wij echter ook op het geestelijke vlak soortgelijke verantwoordelijkheden hebben, zullen niet velen beseffen of willen weten. Toch is dat precies wat Prantl voor ogen staat in al zijn geschriften. Het is tevens de centrale grondtoon van de geschriften die in deze bundel bijeen zijn gebracht, namelijk de dringende oproep aan de mensheid om nu eindelijk eens 'wakker' te worden.

Ook zijn in dit boek Prantls 'profetische' geschriften opgenomen, waarin hij de positie en verantwoordelijkheid van de mens tegenover God en tegenover zijn eigen bestaan duidelijk en scherp weergeeft. Hier is geen ruimte meer voor vrijblijvendheid, hier wordt een duidelijke keuze van ons verwacht.


Ook dit boek (ISBN 90-806534-2-x, 246 boeiende pagina's en enkele reproducties) wordt uitgegeven in een gebonden/gebrocheerd A5-formaat op stevig 100 grams papier in fraaie fullcolour omslag.

Kijk voor informatie over hoe u dit boek kan bestellen op de pagina Bestellen. U kunt de tekst op de achterkant van het boek lezen door op de afbeelding te klikken.

Enkele citaten

DE BELIJDENIS VAN CHRISTUS

‘U, mijn eeuwige oorsprong, schepper, instandhouder en leider van al het tot gestalte gekomen leven in het oneindige heelal, met wie ik qua wezen één ben, u hebt uw en mijn wezen voor de aanmatigende, harteloze, liefde- en vertrouwenloze verstandswijzen verborgen, maar voor degenen zonder pretenties geopenbaard. Zo is uw en mijn wil.

Alle macht om te leiden en vorm te geven hebt u mij toevertrouwd om op aarde uw wezen te openbaren. Niemand dan u kent mij helemaal en niemand behalve ik en zij, aan wie ik het wil openbaren, kennen uw wezen.

Kom allemaal naar mij, voor wie het aardse leven tot een last is geworden. Ik wil jullie naar de bron van het ware, grotere leven leiden. Neem mij aan als jullie leidsman en erken mij en mijn leer. Bij mij zullen jullie de innerlijke vrede vinden, want ik ben liefdevol en zonder pretenties vanuit mijn diepste wezen. Ik leid iedereen naar het doel van zijn eigen wil, ik doe hem geen geweld aan, ik beheers en dwing niemand; het is gemakkelijk je aan mij toe te vertrouwen’.

DE ZONDE TEGEN DE HEILIGE GEEST

‘Wie niet voor mij is, is tegen mij. Wie niet verzamelt, verstrooit. Iedere zonde en lastering wordt de mensen vergeven, behalve de zonde tegen de Geest. Wat iemand tegen mij als aardse persoonlijkheid zegt, dat reken ik hem niet aan. Maar wie zich opzettelijk en volkomen bewust tegen mij als goddelijke persoonlijkheid, als Wereldwil, als stem van het geweten richt, die sluit zichzelf voor altijd uit van het eeuwige leven.

Jullie zoeken voorwendselen om mij af te wijzen. Maar jullie zien hoe ik leef, en jullie horen wat ik leer. Wie mij wil kennen, die kent mij. Wie ‘ja’ tegen mij zegt, zal ook mijn leer beamen. Wie ‘nee’ tegen mij zegt, zal ook mijn leer ontkennen. Daarmee beslist hij over zichzelf. Wie mij beaamt, beaamt zichzelf als goddelijke persoonlijkheid. Wie mij ontkent, ontkent zichzelf als kind van de Oneindige Liefde. Want ik verlang niets anders van jullie dan het vervullen van jullie eigen goddelijke wil. Zo kiest iedereen zelf licht of duister, eeuwig leven of geestelijke dood, al naargelang hij mij in de stem van zijn geweten beaamt of ontkent’.

DE TRANSFORMATIE

Dat Jezus hangend aan het kruis werkelijk gestorven was werd door de Romeinse soldaten vastgesteld op een manier die iedere twijfel uitsluit, namelijk door een lanssteek in de borst, die reeds geronnen bloed (bloed en water) eruit liet stromen. Dat het in aardse zin dode lichaam van Christus letterlijk en werkelijk tot een licht-lichaam transformeerde, dat boven de gebruikelijke en schijnbaar dwingende wetten van de materie stond, kan alleen maar onbegrijpelijk zijn voor wie Christus niet als de tot gestalte gekomen Wereldwil erkent. Voor iemand met geestelijk inzicht is immers het materiële heelal en het daaraan ter wille van geestelijke ontwikkeling gebonden leven maar één ding, de laagste vorm van bestaan, die in eenheid met de Wereldwil, met Christus, op ieder moment naar andere vormen van bestaan overgebracht kan worden. Aan de wereld werd dit slechts één keer getoond, als volledige overwinning op de materie en de aardse dood, anders zou de wereld deze - op zichzelf vanzelfsprekende - materiële transformaties als belangrijker beschouwen dan de veel betekenisvollere geestelijke ontwikkeling naar de goddelijke waarheid toe. De opstanding van Christus heeft de angst voor de aardse dood gebroken voor allen die in en met Christus leven en heeft daarmee voor allen het uiterste - onvoorwaardelijke - vertrouwen op God gemakkelijk gemaakt.

DE OVERWINNING VAN HET LICHT, DE TRANSFORMATIE TOT ZONNEKLARE HELDERHEID

In de ochtendschemering van de Paasdag nam Christus zijn dode menselijke lichaam weer tot zich en toonde zich eerst aan Maria Magdalena, de vertegenwoordigster van de in het diepst van haar hart gelovige mensheid, in de menselijke gedaante die allen die op aarde leven gemeenschappelijk hebben. Om voor de mensheid het begrip voor zijn ware wezen - het eeuwige leven van allen die gestalte hebben aangenomen - gemakkelijker te maken, gaf Christus eerst zijn dode aardse lichaam het leven terug en toonde later ook aan zijn metgezellen de aards-materiële realiteit ervan. Toch bezat hij volledige vrijheid om lichamelijk te verschijnen (hij kwam door gesloten deuren - verdichten en weer oplossen van het materiële lichaam).

Het verschijnen in zijn aardse lichaam was een hulpmiddel om Christus te begrijpen als eeuwige levenskracht van allen die gestalte hebben aangenomen. Hij wilde echter niet voor altijd als aards begrensde gestalte opgevat worden, maar als Heilige Geest van waarheid en leven, één in wezen met de tot gestalte wordende Oneindige Liefde (zie zijn woorden tot Maria Magdalena: ‘Hou mij niet vast! Want ik ben nog niet opgevaren naar mijn vader’).

Iedereen moet Christus echter opnemen en vasthouden als de Heilige Geest des levens: de uitstraling van Christus vanuit zijn wezenlijke eenheid met de tot gestalte wordende en gestalte gevende ONEINDIGE LIEFDE.

HET UITGIETEN VAN DE SCHALEN

Ik hoorde een luide stem uit de tempel de zeven engelen toeroepen: ‘Ga en giet de zeven schalen van Gods toorn uit op de aarde’.

De eerste ging en goot zijn schaal op aarde uit. Erge en kwaadaardige gezwellen vielen op alle mensen, die het merkteken van het dier droegen en zijn beeld aanbaden.

* Door het beeld van het kankergezwel kenschetst Johannes het verval van de ziel, het verzet en het woekeren van de deelkrachten van de ziel (verstand, gevoel, aardse levenswil) in de mensen die aan de materialistische wereldbeschouwing en de groeperingen daarvan ten prooi zijn gevallen. Wie de goddelijke waardigheid van de mens en daarmee het kennen van de Oneindige Liefde zelf in zichzelf en in anderen afwijst, vernietigt zijn eigen hartscentrum en beleeft het opstandige verzet en het overwoekeren, de wederzijdse doodsvijandschap van zijn aardse zielekrachten (het intelligente beest, beheerst door het overwoekerende verstand dat geen leiding meer heeft en de gevoelens verwoest, of de driftmatige mens, beheerst door de gevoelens die geen leiding meer hebben en dus tot genotzucht en verwoestende hartstochten opgezweept worden, of de brutale wilsmens, gewelddadig van natuur, geestloos en primitief). *

De tweede goot zijn schaal in zee uit. Deze werd als het bloed van een dode en ieder levend wezen in zee stierf.

* De tot nu toe levend stromende zee, de aardse zielenwereld en daarmee tevens het collectieve onderbewustzijn van de mensheid, stolt en valt uiteen in zijn bestanddelen (het bloed van een dode is zwart, geronnen bloed dat uiteenvalt in goudkleurige bloedvloeistof - serum - en zwart geworden bloedlichaampjes): scheiding der geesten in de zielenwereld, het vormen van ondubbelzinnig afgegrensde fronten tussen licht en donker. Deze gebeurtenissen slaan over op het onderbewustzijn van ieder individueel, rijp geworden mens en scheppen de voorwaarde voor de volledig bewuste, definitieve keuze voor of tegen het goddelijke licht. Bij nog onrijpe mensen begint deze keuze zich af te tekenen. Ook voor hen is er geen ontwijken meer. - Ieder levend wezen in zee stierf: iedere persoonlijkheid in wording wordt (trapsgewijze) getransformeerd. *

De derde goot zijn schaal uit in de rivieren en waterbronnen en deze werden tot bloed.

* De rivieren en waterbronnen zijn het dagbewuste aardse zieleleven (behorend tot het vasteland, het zekere dagbewustzijn) - Ze werden tot bloed: het volledig bewuste gedachten- en gevoelsleven van de mensen wordt opgezweept en tot aan de grens van het mogelijke gedreven, opdat de mensen door de ontstaande chaos eindelijk de grenzen van het aardse denken en voelen onderkennen en vanuit het innerlijke gevoel voor de waarheid, vanuit het geweten, vanuit hun goddelijke hartscentrum leven. *

De vierde goot zijn schaal uit op de zon. Toen werd het haar gegeven de mensen met vuur te verzengen. De mensen werden door een hevige gloed verzengd. Desondanks lasterden zij de naam van God, die de macht over deze plagen bezit. Zij veranderden hun instelling niet en gaven hem niet de eer.

* Omdat de mensheid als geheel de goddelijke waarheid (de zon) nooit als verlichtend en verwarmend licht heeft willen opnemen, werpt deze nu in het wereldtijdperk van transformerende kracht haar stralen als een vermorzelende schittering op aarde. De mensheid voelt deze in eerste instantie als een onbarmhartige gloed en antwoordt met hoon en haat. - Zij veranderden hun instelling niet: ze verzetten zich tegen de transformatie van hun hart en tegen het ontwaken. *

De vijfde goot zijn schaal uit op de troon van het dier, en zijn rijk werd verduisterd. De mensen beten van pijn hun tongen stuk. Zij lasterden de God des hemels vanwege hun pijn en gezwellen. Maar ze bekeerden zich niet van hun doen en laten.

* De troon van het dier: het centrum van de zucht naar macht, tegenwoordig Moskou. - Het uitgieten van de schalen: openlijke oorlogsverklaring van de geestelijke machten tegen Moskou, het onthullen van het sovjetsysteem als duivels maakwerk, verduistering en vernietiging van de materialistische wereldbeschouwing. - De mensen beten hun tongen stuk van pijn: woede en vertwijfeling drijft de tot materialisme vervallen mensen en groeperingen tot zelfvernietigende daden. - Zij lasterden God: ze spugen op de goddelijke waarheid. *

De zesde goot zijn schaal uit op de grote rivier de Eufraat. Het water ervan droogde op, opdat voor de koningen van de opgang van de zon de weg vrijgemaakt zou worden. En ik zag uit de muil van de draak, uit de muil van het dier en uit de muil van de valse profeet drie onreine geesten als kikkers tevoorschijn komen, duivelse geesten, die tekenen doen en naar de leiders van de hele wereld gaan om hen voor de grote dag van de almachtige God tot de strijd te verzamelen.

‘Zie, ik kom als een dief. Zalig wie wacht en zijn kleren bewaart, zodat hij niet naakt rondloopt en men zijn schande ziet’. - Zij verzamelden hen op de plaats die in het Hebreeuws Harmagedon heet.

* De grote rivier de Eufraat: de scheppende geestelijke levensstroom van de mensheid, de bevruchter van de woestijn, het algemene scheppen van cultuur. Deze stroom wordt mager en droogt op, over het geheel gezien, opdat voor de koningen van de opgang van de zon, voor de tot goddelijke zonneklare helderheid ontwaakte leiders van de mensheid de wereld open staat, omdat deze gebrek aan geestelijke goederen lijdt (cultuurcyclus van de huidige tijd, de ‘ondergang van het avondland’, een stemming van ‘ondergang van de wereld’ die bereid maakt voor het nieuwe). - De draak: Lucifer, de als zielegestalte belichaamde aanstichter van alle heerszucht. - Het dier: het sovjetsysteem. - De valse profeet: Stalin, die zich als bevrijder, als verlosser van de wereld opstelt (de ‘antichrist’). - Drie onreine geesten als (glibberige, moeilijk te pakken) kikkers: achterbakse, kwaadsprekerige propaganda die de eigen misdaden poogt te verbergen en ze tegenstanders in de schoenen tracht te schuiven. - Zij doen tekenen: protserige propaganda. – Ze gaan naar de leiders van de hele wereld om hen voor de grote dag van de almachtige God tot de strijd te verzamelen: ze spannen hun geheime net over de hele wereld. Voorbereiding op de eerste, tweede en derde wereldoorlog door de luciferische groeperingen (kapitalistische en communistische internationale bonden).

Zie, ik kom als een dief: wederkomst van Christus in iedereen die tot zonneklare helderheid ontwaakt is (unio mystica met de Wereldwil), dus verrassend, totaal anders dan de wereld verwachtte (ter wille van de vrij keuze, die door geen enkele dwingende voorspelling beïnvloed is). - Zalig wie waakt en zijn kleren bewaart: wakkere, oplettende, onbevooroordeelde toetsing van alle geestelijke verschijnselen (omdat Christus heel anders komt dan hij verwacht werd) en het gereed houden van de geestelijke wapenrusting (de kleren, omgang met vriend en vijand). - Zij (de duivelse geesten) verzamelden hen (de geestelijke leiders) op de plaats Harmagedon: de geestelijke slechte mensen bewerkstelligen de definitieve keuze in de enkeling en in de wereld. Hiertoe moet het geestelijk kwade zich in zijn uiterste verdorvenheid openbaren (het meer dan rijp worden van het onkruid). Voordat de enkeling en de wereld de angst voor het geestelijk kwade en het medelijden ermee kwijtraken, kunnen zij niet ontwaken. - Harmagedon: plaats van beslissing over zijn en niet-zijn (drempel van het ontwaken, hartscentrum, geweten) waar, begunstigd door de duivelse verduistering van de buitenwereld, alle krachten zich moeten verzamelen om de beslissende strijd voor het goddelijke licht met succes te doorstaan. Dit Harmagedon zal tevens overeenkomen met een plaats in de uiterlijke wereld als slagveld voor de definitieve keuze tussen de lichte en duivelse machten. *

De zevende goot zijn schaal uit in de lucht: toen kwam er een luide stem uit de tempel vanaf de troon: ‘Het is geschied’. - Daarop volgden bliksemflitsen, geraas en donderslagen. Ook ontstond er een zo enorm zware aardbeving als er sinds mensenheugenis nog geen geweest was. De grote stad viel uiteen in drie delen, en de steden van de volkeren stortten in. Zo werd voor God de grote stad Babylon herinnerd en werd haar de beker met de gloeiende wijn van Gods toorn aangereikt. Ieder eiland verdween en bergen vond men niet meer. Grote loodzware hagelstenen vielen uit de hemel op de mensen neer en zij lasterden God vanwege de hagel, want de plaag ervan was zwaar.

* Hij goot zijn schaal uit in de lucht: transformatie van het aardse luchtomhulsel, de atmosfeer als geheel, de voorwaarde voor al het hoger ontwikkelde leven op aarde, derhalve transformatie van de gehele hoger ontwikkelde levenswereld. - Het is geschied: afsluiting van het beslissende tijdperk van de wereldontwikkeling. - Bliksemflitsen, geraas, donderslagen, enorme aardbevingen: onverhoedse geestelijke verlichting van de wereld, vernietigingsoorlog, op onweer lijkende geestelijke schokken, het uit elkaar breken en instorten van wat verstard is en van de antigoddelijke machtsstructuren. - Zoals er sinds mensenheugenis geen geweest was: de meest geweldige omwenteling in de geestelijke geschiedenis van de mensheid tot nu toe. - De grote stad (Babylon) viel uiteen in drie delen: zie het ‘gericht over de hoer’. - Het uiteenvallen in drie delen: het in stukken breken van het getal drie, de aardse totaliteit, dus de volkomen vernietiging van Babylon, de grote hoer.

De steden van de volkeren stortten in: het stukbreken van de nationale zelfzucht, van nationale machtspolitiek. - Ieder eiland verdween: wegzinken van alle voor de gemeenschap gesloten afzonderlijke groepen, van eenzelvige afgrenzingen, van ‘ismen’. - Bergen werden niet meer gevonden: schijnbaar onwrikbare, eeuwige doctrines en dogma’s en machtsstructuren, die de vlakte - het ‘gewone volk’, de ‘massa der gelovigen’, de menselijke samenleving - beheersen en daarmee onvrij maken in plaats van ze tot vrijheid te leiden, zijn verdwenen. - Loodzware hagelstenen: vernieling van de oogst, de vruchten, de resultaten van alle inspanningen van de antigoddelijke machten tot nu toe. - Ze lasteren God: van haat vervulde teleurstelling van de aanhangers der duivelse machten. *

Deze website gebruikt cookies om uw taalvoorkeur op te slaan wanneer u van taal wisselt. Als u dit niet wilt, dient u geen gebruik te maken van de taalwisselaar.